Gebedskraal

In de naam van Allah, De Barmhartige, De Genadevolle

Een tasbih ( gebedskraal ) is een schitterend voorwerp. Honderd kralen verbonden aan elkaar door één koord. Ze representeren elk schouder aan schouder één van de schitterende namen van de Almachtige. Één kraal is alleen eenzaam, onbelangrijk en hol, maar wanneer alle kralen samengevoegd zijn is het complete en sterk voorwerp en een instrument voor de dhikr ( herinnering ) van Allah ( swt ).

Het was mijn moeder die mij leerde hoe ik moest bidden. Ik zou naast haar liggen elke avond, en moest dan vers na vers, surah na Surah uit de Koran herhalen. Ik zou nooit die surahs vergeten. Ik zou nooit die verzen vergeten. Ik zou nooit vergeten welke de favoriete van mijn moeder waren en het belangrijkste van al, ik zou nooit de lessen van haar vergeten.

Toen ik jong was, zat ik naast mijn moeder haar na te doen en haar te volgen wanneer ze aan het bidden was. Op een dag nam ik de tasbih en droeg het om mijn nek als een ketting. Ze keek me aan met haar ogen vol met moederlijke liefde en ze zei,” Een tasbih is geen speelgoed. Als het breekt dan brengt het ongeluk met zich mee.” De volgende dag speelde ik weer met het zelfde tasbih. Mijn moeder stopte me weer.

Op een dag dat mijn moeder niet in de buurt was, kreeg ik het voor elkaar om hetzelfde tasbih weer te bemachtigen met de intentie om er mee te spelen. Daarentegen brak de tasbih en viel het uit elkaar. Ik had geen idee wat te doen en uit angst deed ik het meest logische wat bij me opkwam. Ik verstopte de kralen en het koord die de kralen bijeenhield onder mijn bed zodat mijn moeder er niet achter zou komen.

Ze kwam er achter natuurlijk. Ze vroeg me hoe het kwam dat mijn tasbih niet in mijn gebedskleed was. Ik deed alsof ik nergens van af wist. Ik was erg bang om haar de waarheid te vertellen. Ik wist dat ze teleurgesteld zou zijn, omdat ik niet naar haar had geluisterd. En mijn ego hield me tegen om schoon te spelen en de waarheid te vertellen.

Na een paar dagen met schuld gevoel te hebben rondgelopen, had ik uiteindelijk de moed gevonden om het haar te vertellen. En tot mijn grote verrassing was ze helemaal niet boos. Als ze iets was, dan was het dat ze trots was dat ik besloten had om de waarheid te vertellen. Vervolgens ging ze me helpen om de tasbih samen weer in elkaar te zetten en de kralen te organiseren tot het uiteindelijk weer één geheel was. Ik voelde me stukken beter. Mijn tasbih was weer heel. Heb ik een lesje geleerd? Ik denk het wel. Als ik terug kijk, dan realiseer ik me dat ze heel erg gemakkelijk het tasbih zelf kon maken, maar daarentegen zorgde ze ervoor dat ik naast haar zat en dat we er samen aan werkten. Ik overhandigde gehoorzaam elke kraal, één voor één met grote zorgvuldigheid zodat ze niet braken of kwijt zouden raken. En zij nam het koord en voegde de kralen samen.

 

Wat is er mis met de Ummah?

Ik kijk naar de moslim “ Ummah” vandaag versplinterd in stukken. Ik lees het vers uit de Koran dat de moslims verklaard tot de beste natie van al (Koran 3:110). Ik heb het gevoel net als toen ik met de gebroken tasbih in mijn handen stond. Ik voel me hopeloos. Ik ben hiervoor net zo verantwoordelijk als elk ander individu, want wat heb ik gedaan om de moslims te herenigen en eenheid te vormen? Het antwoord voor de meeste zal zijn, niet erg veel.

Profeet Mohammed (vzmh ) waarschuwde ons herhaaldelijk om niet versplinterd te raken in stukken, om niet onze moslim broeders en zusters te haten en om vast te houden aan het koord (waarheid) van Allah (swt).

De Heer, de Alwetende:

“En zoekt in gezamenlijkheid verdediging bij het koord van God en scheidt u niet in groepen. En gedenkt de weldaad Gods jegens u hoe gij vijanden waart en Hij toen uw harten samenbond zodat gij door Zijn weldaad broeders werdt.” [Heilige Koran 3:103 ]

En wij hebben hem teleurgesteld en in de steek gelaten. Er is goed nieuws en er is slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat er vele belemmeringen zijn voor een moslimeenheid. Anderzijds is het goede nieuws, dat als we het proberen, de belemmeringen kunnen worden overwonnen. De wortel van al deze belemmeringen is een gebrek aan begrip voor de betekenis van “eenheid”.

Het eerste en belangrijkste belemmering tegenover een moslimeenheid, is dat we een verwachting hebben van uniformiteit. Eenheid is de staat van kwaliteit van het zijn in harmonie met elkaar. Uniformiteit, anderzijds, vraagt dat we hetzelfde zijn in totaliteit. Wanneer we het woord “eenheid” horen, denken we eigenlijk aan “uniformiteit”. Dit leidt tot de vorming van de “ander”. Wij houden ervan om te denken dat de “ander” geen idee heeft van waar die het over heeft en het werkelijk gemakkelijk zou zijn om ze te veranderen. Wanneer dit mislukt, raken we gefrustreerd. Tot onze grote verbazing gedragen mensen zich rationeel. Ze zijn niet alleen verschillend omwille dat ze verschillend willen zijn. Eenheid en uniformiteit zijn volledig verschillende ideeën. Het eerstgenoemde is mogelijk zonder het hebben van de laatstgenoemde. Met andere woorden, eenheid accepteert het geloof van een ander niet, maar werkt samen aan een gemeenschappelijk doel.
Hoe om te gaan met een ander? Islam geeft ook het antwoord hierop. In één van zijn brieven adviseert Ali ibn Abi Talib (as), Malik Al Ashtar hoe hij moet omgaan met anderen. Hij zegt,”

Herinner, Malik, dat er tussen je onderwerpen twee soorten mensen zijn, een die de zelfde religie als jij heeft, dit zijn net als broeders voor je en een met een andere religie dan die van jou, dit zijn mensen van vlees en bloed net als jij.

( Nahjul-Balagha, Brief 53 )

 

Onwetendheid heerst

Het is belangrijk om te beseffen dat om in vrede samen te leven, hij niet aandringt op het hebben van hetzelfde geloof.
Een tweede belemmering voor moslimeenheid is onwetendheid. Niet alleen de onwetendheid en gebrek van kennis van de ander, maar ook onwetendheid over zichzelf. Wij zijn gestopt met het lezen van de Koran. We weten nog niet eens voldoende over ons zelf en onze eigen geschiedenis, wat resulteert dat wanneer iemand iets uit een zet waar wij nooit van hebben gehoord, er een natuurlijke drang is om het onmiddellijk af te wijzen. Wij willen niet aannemen dat we er geen van kunnen hebben. En wij willen ook niet realiseren dat een ander persoon wel de tijd voor heeft genomen om het op te zoeken voor zichzelf. Imam Sadiq (as) zegt in zijn omschrijving van onwetendheid het volgende; “ De laagste kwaliteit van een onwetend persoon is dat hij claimt verstand van iets te hebben wat hij niet verdient. Zijn meest voorkomende karaktereigenschap is het negeren van zijn onwetendheid. En het meest extreme aspect van zijn onwetendheid is het ontkennen van kennis.( Latern of the path, Deel 9 )

Er zijn sommige van ons die onwetend zijn over het geloof van anderen, toch accepteren wij dat we niet alwetend zijn en daarom vellen we ook geen oordeel over de religie van anderen. Toch zijn er ook andere groepen mensen tussen ons die zelf ontwetend zijn, maar zij ontkennen die onwetendheid en vellen snel oordeel over anderen. Er is een verhaal geschreven over Uthman ibn Makhzun, waarbij een vrouw van de (Ansar) op zijn graf aan het huilen was en zei; “ Moge het paradijs prettig zijn voor u”. Ook al was Uthman ibn Makhzun een prominente man en de profeet (vzmh) zelf hevig huilde op zijn begrafenis, was de profeet ontstemd over wat de vrouw had gezegd. Hij draaide naar de vrouw toe met een ontstemd gezicht en zei; “ Hoe weet jij het? Waarom suggereer je iets uit onwetendheid? Heb je een visioen gekregen of weet jij het dossier van de schepselen van Allah (swt)?”. ( Usud al ghaba, Onder Uthman ibn Makhzun ) Een soortgelijke gebeurtenis vond ook plaats tijdens de dood van Sa’d ibn Mu’adh waarbij Sa’d’s moeder een soortgelijke had gezegd, en de profeet hierop reageerde en zei; “ Wees stil, neem geen beslissingen met zekerheid in de zaken van Allah (swt)”. ( Bihar al Anwar, Vol. 3, P. 165 ) Terwijl dit misschien op iets kleins lijkt, is het in tegendeel iets van grote betekenis. Omdat wij onze eigen religie niet volledig kennen, merken wij alleen de verschillen tussen ons zelf en anderen. In realiteit zijn de overeenkomsten in veel grotere getallen aanwezig dan de verschillen, maar het probleem is dat we de nadruk leggen op de verschillen en de overeenkomsten ontkennen.

Een derde belemmering is de cultuur van haat. In plaats van het focussen op onze eigen spiritualiteit vinden we het noodzakelijk om ons toe te wijden aan het bewijzen van de fout van anderen. Dit is niet om te zeggen dat iedereen gelijk heeft en dat wij geen debat aan moeten gaan over onze eigen interpretatie van de Islam. Het resulteert naar twee dingen: 1) Wij zelf zullen geen vooruitgang boeken in onze spiritualiteit en 2) Wij kunnen het risico lopen een ware gelovige pijn te doen en beledigd te laten voelen. De profeet (vzmh) zei; “ Hij die een ware moslim verdriet toe brengt kan het zelfs niet compenseren door hem de volledige wereld aan te bieden, omdat het geen voldoende compensatie is (tenzij hij spijt, betuigt en de persoon kalmeert ). ( Bihar-al- Anwar, vol. 75, p. 150 ) We moeten leren om mensen uit te nodigen tot ons geloof, zonder woorden te gebruiken. Hoe doe ik dat, vraag jij je af? Het is erg simpel, door onze karakter en acties. Betekenend dat als u zeker op het juiste pad bent, dan hoeft u geen woorden te gebruiken om het ander zijn ongelijk te bewijzen. Na alles, acties spreken luider dan woorden. Een groot man heeft gezegd; “ Hij die haat zaait tussen Shia en Sunni is noch Shia noch Sunni”, terwijl de quote refereert naar Shia en Sunni, kan het en moet het ook op elke andere situatie van toepassing zijn.

De laatste belemmering waar ik over zal schrijven, is deze drang dat we hebben waarin we anderen voor ons moeten laten denken. Te vaak stoppen we om voor ons zelf te denken over wat eigenlijk de waarheid is en laten we het denkwerk door anderen voor ons gedaan worden. Dit is in het bijzonder gevaarlijk en iets wat wordt beschouwd als niet islamitisch. Als we kijken naar het voorbeeld van de profeet (vzmh) aan de dageraad van de Islam in Arabië, zien we enerzijds de mensen van de “Jahiliyya” (onwetendheid) en hoe ze het voorbeeld van hun voorouders bleven volgen en anderzijds de profeet (vzmh) die bleef aandringen tot dit soort mensen om voor zichzelf na te denken. Vele tussen de “ Quraysh” zouden valse geruchten verspreiden over de profeet (vzmh), maar we zien dat de eerste bekeerlingen slim en moedig genoeg waren om voor zich zelf te denken. We accepteren, zonder vragen, de generalisaties die vaak geen enkel teken van waarheid in zich hebben. Dingen zoals; “ Zij hebben krankzinnige interpretaties van de Koran”. De Islam houdt vast aan de overtuiging dat elke man en vrouw de beschikking heeft over de ingeboren capaciteit (Fitra) en daarmee is geboren om voor zichzelf te kunnen ontcijferen wat goed is tegenover wat slecht is ( Juist & verkeerd). De boodschapper van Allah (vzmh) zei; “ Elk kind is geboren met de Fitra en het is zijn ouders die hem een Jood of een Christen maken.” ( Muwatta Imam Malik, Boek 16, Nummer 16.16.53).

Met andere woorden, we moeten onze arrogantie aan de kant zetten en leren om te spreken over onze verschillen om ze uit te praten. 

De ware verwezenlijking is om te realiseren dat er vele waarheden zijn, maar om er alleen één te volgen. De persoon van een andere sekte/religie volgt dat omdat hij/zij een bewijs ziet in die waarheid. Het kan een hogere waarheid zijn dan waar jij je bevindt, of een lagere waarheid. Als u zich inderdaad bij de hogere waarheid bevindt, dan zou u de werkelijkheid van de lagere waarheid moeten kunnen begrijpen en de mensen op dat niveau aanspreken zodat ze kunnen zien dat u zich in een hoger niveau bevindt, zonder hun te beledigen of weg te jagen. De ware begeleiding komt met totale openhartigheid van het hart en goddelijke toewijding.

Het besluit ligt in onze handen of wij een slaaf willen zijn van deze belemmeringen of wij hier door willen breken. Dus laten we de eerste stap nemen naar moslimeenheid door ons zelf eerst te veranderen. De gelovigen zijn net als de gebroken tasbih, nutteloos wanneer ze niet een geheel vormen. Het is alleen wanneer ze samen vasthouden aan het koord van Allah(swt) waardoor het een succes kan worden. Laten we onze ego’s aan de kant zetten en terugkeren naar de Koran en de Sunnah van de profeet Mohammed (vzmh), om zodoende deze gebroken Ummah weer op te bouwen en te maken. Na alles, de profeet Mohammed (vzmh) heeft gezegd; “ Diegene die in de ochtend opstaat zonder een gedachte van andere moslims in zijn hoofd is geen moslim”. ( Bihar al Anwar, Vol. 74, P. 337) Laten we de profeet (vzmh) trots maken wanneer hij over ons vermeld en zegt dit zijn mijn volgelingen “ dit is mijn Ummah”. Zie hoe ze schouder aan schouder staan. Zie hoe hun harten zijn verbonden in broederschap/zusterschap omwille van Allah(swt). Zie hoe ook zij net als de tasbih een instrument zijn geworden voor de dhikr (herinnering) van Allah(swt).

Geschreven door broeder Seyyed Mir Ali Akbar Miri.


 

De openbaring van het vers

Dit vers was neergedaald wanneer de twee groeperingen tussen elkaar ruzie hadden. Het ging om “Ouws” en “Khazraj” en de Boodschapper van Allah (vzmh) greep er snel in en kwam er vrede tussen hun.

Voor de Ahlul-Sunnah broeder en zusters:
Een van de belangrijkste tafsir boeken die tevens gebruikt wordt, door de Ahlul-Sunnah geleerde is de exegeses van Al-Durr Al-Manthur Fi Tafsiril-Ma’thur van Jalal al-Din al- Suyuti.

Wat zijn de exegeses onder het vers [3:103], vooral de betekenis van het woord “het koord van Allah”:

Overgeleverd en goedgekeurd door: Said-ib-Mansur, Ibn-Abi-Shaibah, Ibn-Jarir, Ibn-Munzar, IbnTabarani van Ibn-Masud “houdt u allen tezamen vast aan het koord van Allah” het koord van Allah (swt) is de Heilige Koran.

Overgeleverd door Ibn-Abi-Shaibah, Ibn-Jarir van Abi-Said-Khudri heeft gezed: Profeet (vzmh) zei: Het Boek van Allah (swt) is het koord van Allah dat als een koord verbonden is tussen de hemelen en de aarde.

Overgeleverd door Ibn-Abi-Shaibah en Tabarani van Zaid-Ibn-Arqam: De Boodschapper van Allah (vzmh): Ik verlaat jullie en laat het Boek van Allah (swt) achter, dat is het koord van Allah (swt), wie zich hier aan houdt is op het rechte pad en wie niet is een dwalende.

Overgeleverd door Ahmad van Zaid-Ibn-Thabit: De Boodschapper van Allah (vzmh) zei: Ik verlaat jullie en mijn plaats word vervangen door het Boek van Allah (swt) die als een koord tussen de hemelen en de aarde dient en mij Huisgenoten (Itrati Ahlalbayti). Deze twee zullen nooit van elkaar gescheiden worden tot het pond van Kauthar.

Hetzelfde hadith maar in een andere vorm waar het woord Ahlalbayt in voor komt wordt in totaal 3 keer in deze boek vermeld. De a’hadith van 73 groeperingen, waarin een groep is die zichzelf aan het koord van Allah hebben gehouden en zich hebben gered van de verdwalingen is ook hier vermeld.

En houdt u allen tezamen vast aan het koord van Allah en weest niet verdeeld en gedenkt de gunst van Allah.. [3:103]

Al-Durr Al-Manthur Fi Tafsiril-Ma’thur van Jalal al-Din al- Suyutiblz 107

Profeet (vzmh): Ik verlaat jullie en laat het volgende voor jullie achter, als jullie zich hier aan houden zullen jullie ook nooit verdwalen. Het eerste is het Boek van Allah (swt) het koord tussen de hemelen en de aarde. Het tweede is mijn Huisgenoten (Itrati Ahlalbayti). Deze twee zullen nooit van elkaar gescheiden worden tot het pond van Kauthar.

-Sahih Tirmidi: 5, 329
-Durr Al-Manthur (zoals vermeld hierboven)
-As-sawaeqal Moharraqah: 147. 226
-AsadulGhabah: 12/2
-Tafsir ibn-Kathir 4/133


 «إنّي تارك فيكم ما إن تمسّكتم به لن تضلّوا بعدي ، أحدهما أعظم من الآخر ، كتاب اللّه حبل ممدود من السماء إلى الأرض وعترتي أهل بيتي ولن يتفرّقا حتّى يردا عليّ الحوض، فانظروا كيف تخلفوني فيهما»

 (( صحيح الترمذي: 5/329، ح 3876، ط. دار الفكر، الدرّ المنثور للسيوطي: 6/7، و 306، الصواعق المحرقة: 147 و 226، ط. المحمّديّة، أسد الغابة: 2/12، تفسير ابن كثير: 4/113. ))


Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.