Bibi Sukaina (س)

Bibi Sukaina (vzmh) (Sakina) was de jongste dochter van Imam Hussain (vzmh). Ze is in de Arabische wereld ook bekend als Rukaya.

Sakina was een levendig kind en zeer religieus. Ze las graag de Qur’an, miste geen gebed en droeg een niqab vanaf een zeer jonge leeftijd.

Imam Hussain bad ’s nachts vaak om een dochter en de geboorte van zijn meest geliefde
dochter was het resultaat van die gebeden. De Imam zei vaak: ‘Een huis zonder Sakina is
het niet waard om in te leven.’ Ze was een vrolijk en opgewekt kind. Andere kinderen waren graag in haar gezelschap.

Er was een speciale band tussen Sakina en Abbas. Wanneer Sakina om iets vroeg, zou Abbas (vzmh) niet rusten voor hij het verzoek had ingewilligd. Tijdens de reis van Medina naar Mekka en van Mekka naar Karbala, zag men Abbas vaak naar de Mehmil van Sakina rijden om te vragen of ze iets nodig had. En Sakina hield net zo veel van haar oom. In Medina kwam ze meerdere keren te dag bij Abbas en zijn gezin en moeder Umm al Baneen.

Wanneer Sakina naar bed moest wilde ze net als andere 5-jarigen tijd doorbrengen met haar vader. Imam Hussain (vzmh) vertelde haar dan verhalen over de profeten en haar opa Imam Ali (vzmh), terwijl Sakina op zijn borst in slaap viel.

Toen het leger van Yazid zich op de tweede dag van Muharram in Karbala verzamelde, zei
Imam Hussain (vzmh) tegen Bibi Zainab (vzmh) dat het tijd werd dat bibi Sakina in slaap
leerde vallen zonder hem. Bibi Sakina volgde hem die nacht, maar Imam Hussain bracht haar rustig weer naar Bibi Zainab of Bibi Rubaab, Sakina’s moeder.

Vanaf de zevende dag van Muharram werd het leger van Imam Hussain de toegang tot het
water ontzegd. Bibi Sakina deelde het laatste beetje water dat ze had met de andere kinderen. Toen er geen water meer was, keken de kinderen hoopvol naar bibi Sakina, die tranen in haar ogen kreeg. Haar lippen waren gebarsten van de dorst.

Op de tiende dag van Muharram gaf Sakina haar waterkruik aan Hazrat Abbas om water te
halen voor haar en de andere kinderen. De kleintjes verzamelden zich rond Sakina met hun bekertjes, wetende dat wanneer Hazrat Abbas terug zou komen met de waterkruik, dat Sakina dan eerst hen te drinken zou geven. Maar toen Sakina Imam Hussain zag met het met bloed doordrenkte vaandel, wist ze dat Abbas martelaar was geworden. Vanaf die dag vroeg bibi Sakina niet meer om water. Bibi Sakina klaagde niet meer over dorst.

Het was de dag dat de aarde beefde en bibi Sakina wees werd. Maar ook toen dacht zij eerst aan anderen. Ze condoleerde haar moeder met de dood van Ali Asghar en wanneer een van de andere kinderen huilde, sloeg ze haar kleine armpjes om het kind heen.

Vanaf de tijd dat Imam Hussain was vermoord in Karbala, verloor Sakina haar lach. Bibi
Sakina rende naar Imam Zain ul Abideen en vertelde hem wat er gebeurd was. Ze stonden
daar in stilte, tranen rolden over hun wangen. Een sterke wind blies door de woestijn. Het
leek alsof de natuur met hen mee huilde. De stilte werd doorbroken door trommel geluid uit het kamp van de vijand, die de overwinning vierde. Een lege overwinning, gewonnen door een groot en sterk leger tegen een leger van 72 dappere strijders, die stierven ten gevolge van honger en dorst.

Die avond haastten de vijandelijke soldaten zich naar het kamp van Imam Hussain en
plunderden alles wat ze zagen. Een van de mannen trok aan de oorbellen van Sakina en hierbij scheurden haar oorlellen. Sakina rende huilend de tent uit, uit haar oren bloedend.

Buiten ontmoette zij een oude man. Hij veegde het bloed weg van haar oren. Toen Sakina
zag hoe aardig hij was, vroeg ze hem de weg naar Najaf. Ze wilde klagen bij het graf van
haar grootvader over de moord op haar vader en Hazrat Abbas. Toen de oude man zag hoe
overstuur ze was, stelde hij haar gerust en bracht haar naar bibi Zainab.

De troepen van Yazid rukten de sluiers van de vrouwen weg en staken hun tenten in brand.
Toen het vuur gedoofd was, schuilden zij in een van de tenten die niet compleet was
afgebrand. Die nacht brachten de soldaten brood en water naar het kamp van Imam Hussain. Toen bibi Zainab het brood zag riep ze uit: ‘Imam Hussain en zijn dappere soldaten stierven met honger en dorst en nu brengen de mensen die hen hebben vermoord brood en water naar hun weduwen en wezen!’ Ze keek naar de hemel en bad Allah om moed. Toen herinnerde ze zich de woorden van Imam Hussain om eerst Sakina water te geven. Toen Sakina hoorde dat er water was zei ze: ‘Is mijn Oom Abbas teruggekomen? Lieve tante, geef eerst water aan Ali Asghar. Hij is de jongste.’ Toen begon ze te huilen, ze herinnerde zich wat er gebeurd was. Er was geen Abbas meer die water gaf en er was geen Ali Asghar om mee te spelen. Er was alleen verdriet. Bibi Sakina was vergeten hoe ze moest lachen. Kufa zag alleen een meisje in gedachten. Vaak werd ze wakker ’s nachts. Als iemand vroeg of ze iets wilde, zei ze: ‘Hoorde ik een baby huilen? Ali Asghar! Hij riep me.’

De dagen waren zwaar in de gevangenis. De nachten waren zo koud dat de tenen van Sakina blauw werden en ze moesten slapen op de blote vloer. Sakina had sporen van harde klappen op haar betraande wangetjes. Het bloed zat nog op haar oren, haar lichaam was verwond en gehuld in een oude kappote jas. Het was donker in de cel. Op een avond kon Sakina niet slapen en huilde. Alle vrouwen huilden mee. Het geluid bereikte het paleis van Yazid en hij wilde weten wat er was. Om de gevangenen stil te krijgen beval hij het hoofd van Imam Hussain naar de gevangenis te brengen. Toen Sakina haar vaders hoofd zag, rende ze ernaar toe en knuffelde het. Ze klaagde over de oorbellen, de sluiers die kapot werden getrokken en hun tenten die in brand waren gestoken. Ze huilde en huilde, maar opeens stopte ze en lag stil. Sakina, de geliefde dochter van Imam Hussain was overleden.

Imam Zain ul Abideen begroef haar in een hoek van de cel. Alle vrouwen zaten bij Rubab en huilden. Sakina kon eindelijk weer op de borst van haar vader in slaap vallen.

Dit bericht is geplaatst in Biografieën. Bookmark de permalink.